Beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden

Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden maken de werkgever en de werknemer onderling afspraken over de beëindiging van het dienstverband. Het is gebruikelijk dat de gemaakte afspraken in een vaststellingsovereenkomst/beëindigingsovereenkomst worden vastgelegd. Bij deze wijze van ‘ontslag’ behoeft geen procedure te worden doorlopen bij het UWV of de kantonrechter. Om die reden is beëindiging met wederzijds goedvinden een veel voorkomende wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Vaststellingsovereenkomst en WW- uitkering

Een werknemer kan bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (gewoon) in aanmerking komen voor een WW-uitkering. Wel zal dan in de vaststellingsovereenkomst -onder meer- moeten worden opgenomen dat:

  • het initiatief van de beëindiging van het dienstverband ligt bij de werkgever;
  • de werknemer omtrent de beëindiging van het dienstverband geen enkel verwijt kan worden gemaakt en er dus geen sprake is van een dringende reden;
  • er sprake is van neutrale gronden voor het beëindigen van het dienstverband, bijvoorbeeld een verschil van inzicht over de uit te voeren werkzaamheden of bedrijfseconomische redenen;
  • er binnen een redelijke termijn geen andere passende functie beschikbaar is, ook niet met behulp van scholing.

Fictieve opzegtermijn

De fictieve opzegtermijn is de termijn die het UWV in acht neemt bij het vaststellen van de ingangsdatum van de WW-uitkering. Over de (fictieve) opzegtermijn heeft de werknemer geen recht op een WW-uitkering. Voor de werknemer is het dan ook veelal van belang dat bij het bepalen van de einddatum rekening wordt gehouden met de fictieve opzegtermijn.

Ziekte

Het is voor een zieke werknemer niet verstandig om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. De aanspraak op een Ziektewetuitkering zou dan namelijk geweigerd kunnen worden.

Bedenktijd

De werknemer kan gedurende twee weken na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst daarop terugkomen. Ingeval die bedenktijd niet in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen geldt een bedenktijd van drie weken. Indien binnen zes maanden opnieuw een vaststellingsovereenkomst ter zake beëindiging van het dienstverband wordt gesloten, kan de werknemer niet nogmaals een geldig beroep doen op dit herroepingsrecht.

Beëindigingsvergoeding

Bij het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden heeft de werknemer geen recht op een beëindigingsvergoeding (transitievergoeding). Wel wordt in de praktijk veelal aansluiting gezocht bij de transitievergoeding, omdat de werknemer daar recht op zou hebben gehad indien de ontslag-procedure via de kantonrechter of UWV zou zijn gelopen.

Overige

In de vaststellingsovereenkomst wordt doorgaans ook een bepaling opgenomen omtrent geldigheid van concurrentie- en/of relatiebeding, eventueel vrijstelling van werkzaamheden, finale kwijting en vergoeding voor kosten van rechtsbijstand. Voor wat betreft dit laatste zou bijvoorbeeld afgesproken kunnen worden dat de advocaatkosten voor de juridische advisering van de werknemer omtrent de vaststellingsovereenkomst door de werkgever worden gedragen. Het is in ieder geval aan te bevelen om tijdig juridisch advies van een advocaat arbeidsrecht in te winnen.

Strong De Boer Advocaten te Breda | beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden

Bent u op zoek naar een advocaat arbeidsrecht in Breda? Dan bent u bij Strong De Boer Advocaten te Breda aan het juiste adres. Onze advocaten verlenen advies en bijstand bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze advocaten arbeidsrecht.